Nieuws

EK3

Internationaal 2012-2013
Hier vind je het overzicht van de recente... Lees verder

IMG3355

Nationaal 2012-2013
Hier vind je het overzicht van de recente... Lees verder

Tweets

Volg Mij

Facebook & Twitter

Geschiedenis van het handboogschieten

Rotstekeningen
De pijl en boog zijn in bijna alle culturen bekend. Heb je zelf als kind niet indiaantje gespeeld? Al in het stenentijdperk werd de handboog gebruikt, zoals blijkt uit rotstekeningen in grotten zowel in Europa als in Afrika. De boog werd aanvankelijk gebruikt om mee te jagen. Het was effectiever dan knuppel of speer, en veiliger omdat je verder van je prooi kon blijven. De oudste gevonden handboog dateert uit 8.000 v. Chr. Het is echter heel waarschijnlijk dat men al veel vroeger (100.000 v. Chr.) verschillende soorten bogen maakte: uit een stuk hout of uit meerdere lagen hout, van walvisbeen, bamboe of hoorn, lang, kort, met of zonder versterking in het midden. De oudste in Nederland gevonden boog dateert van 4900 v. Chr. Deze is genoemd naar de vindplaats Hardinxveld-Giessendam, en was gemaakt van iep.

Jagers
De pijl en boog wordt nog steeds gebruikt voor de jacht door geïsoleerd levende jagers/verzamelaars als de pygmeeën, de San (Bosjesmannen) in de Kalahariwoestijn in Zuidelijk Afrika, sommige stammen in het Amazone gebied, en de binnenlanden van Nieuw Guinee. Alleen in Australië kwam de handboog niet voor. De Aborigines hadden echter de boemerang, ook een wapen dat over grote afstand gebruikt kon worden.

Wapens
De boog als oorlogswapen is ook al heel oud. In Spanje zijn ca 10.000 jaar oude rotstekeningen gevonden waarop mensen met pijlen op elkaar schieten. De Hettieten (2de decennium v. Chr.) perfectioneerden al het boogschieten vanaf strijdwagens tot een effectieve manier van oorlogvoeren. De boogschutter werd zó belangrijk gevonden voor de strijd dat hij op de strijdwagen een soldaat mee kreeg met schild om hem te beschermen. Ook de Assyriers, Chinezen en Egyptenaren hadden veel succes met deze strijdmethode.

Mongolen
Vanwege andere opvattingen over strijdtactiek (een voorkeur voor infanterie met speer en schild) was de handboog onder de Grieken en Romeinen van minder groot beland. Met de Hunnen maakte de handboog, geschoten vanaf paard, een verwoestende comeback. Acht eeuwen later deden de Mongolen dit, op dezelfde manier met bogen en te paard, nog eens dunnetjes over. Zij trainden zich in het afschieten van pijlen op het ogenblik dat hun paarden de grond niet raakten. Op die manier was de trefzekerheid groter. De handboog die de Mongolen gebruikten had een grotere reikwijdte dan andere bogen uit deze tijd (12e en 13e eeuw). Behalve deze korte boog, hadden ze ook een langere boog om vanaf de grond mee te schieten, met een reikwijdte die pas in 1860 door een handvuurwapen zou worden overtroffen.

Robin Hood
Robin Hood is waarschijnlijk de meest bekende handboogschutter in het westen. Er zijn tenminste al heel wat films en TV series over hem gemaakt. De Robin Hood zoals wij hem kennen is een fictief figuur uit het
Engeland van de 13de eeuw, waarschijnlijk gebaseerd op een mengeling van verschillende echte mensen en gebeurtenissen, en een stevige dosis fantasie.

Schutterij
Met de opkomst van steden in de middeleeuwen deden ook de schutterijen hun intrede, burgers georganiseerd in groepen om de stad tegen vijandige aanvallen te helpen verdedigen. De schutterijen waren nauw verbonden met de gildes. Deze gildes hebben vaak een rijke traditie en geschiedenis. Van het Sint-Sebastiaans Gilde in Torhout, een kleine provinciestad in West-Vlaanderen (België), zijn er vermeldingen teruggevonden over deelname in de Gulden Sporenslag die op 11 juli 1302 plaatsvond. Maar vooral bij de Engelsen was de handboog, en dan vooral de lange “long bow”, bij het oorlogvoeren van grote invloed. Boogschutters, gerekruteerd uit de rangen van vrije boeren, begonnen al vroeg met oefenen, vooral ook om de spieren van het bovenlichaam te trainen. Dat was noodzakelijk wilde je de krachtige boog kunnen spannen en de hoge frequentie van schieten volhouden die de long bow haar afschrikwekkende reputatie gaf. Soms verbood een koning het golven of voetballen zodat schutters niet van het trainen werden afgeleid. Tot in de 16de eeuw nog waren er regels die alle mannen boven 7 jaar verplichten het boogschieten te beoefenen en minstens één handboog met pijlen in huis te hebben.

Vuurwapen
Met de opkomst van het geweer verdween de handboog als wapen voor de jacht of de strijd geleidelijk naar de achtergrond. Als vrijetijdsbesteding bleef het wel bestaan. Het was altijd al ook een sport geweest, als afgeleide van het oefenen voor de jacht of strijd. In het oude Griekenland was het een vast onderdeel op de talrijke spelen die regelmatig gehouden werden, evenals tijdens ridderspelen in de middeleeuwen. Vooral in het zuiden vanNederland, deprovincies Brabant en Limburg, die vroeger veel meer gemeen hadden met hun zuidelijke buren dan met de Hollandse provincies, bleven de schuttersgilden in verenigingsverband het handboogschieten beoefenen.

Van Schutterij naar Sociëteit
Na een periode van verval in deNapoleontische periode (de bescherming van steden en dorpen werd overgenomen door een nieuw ingesteld veiligheidsapparaat) herleefde het handboogschieten via de sociëteiten van de elite. Deze sociëteiten waren aanvankelijk mannengezelschappen waar over politiek gediscussieerd werd. Zij ontwikkelden zich echter steeds meer ook tot gezelligheidsverenigingen. Behalve praten en lezen, kon men er biljarten, kaarten, kegelen, schaken én handboogschieten. Lidmaatschap ging via ballotage, ook voor de onderafdelingen van een sociëteit, zoals die voor het handboogschieten, en kon al gauw per jaar het weekloon van een arbeider kosten. Zeer veel sociëteiten hadden hun thuis in koffiehuizen, kroegen en cafés. Er werd vanuit het café naar een doel buiten geschoten. Tijdens en na afloop van het schieten genoot men van bier en wijn. Geen wonder dat veel kasteleins zich vanaf het begin intensief met het bevorderen van de handboogsport hebben bemoeid.

Koninklijke Bemoeienis
In 1849 nodigt de pas gekroonde koning Willem III, zelf een fervent handboogschutter, de belangrijkste en voornaamste handboogschutterijen uit voor een tweedaagse wedstrijd op de Koninklijke domeinen van Paleis Het Loo. Hij wilde zo de schutterijen aan hem verplichten, om zijn politieke positie te versterken. Hij liet een wedstrijdreglement opstellen, waarin naast kleding en contributie, ook straffen en bepalingen werden opgenomen over, onder andere, de volgorde van schieten, de afstand tot het doel, het aantal pijlen, de punten, het te gebruiken materiaal, en regels voor de geldigheid van een schot. Na deze eerste landelijke schieterij volgde in 1851 een tweede. Maar de koning vond het te duur worden. De verenigingen moesten het zelf maar doen. Hij stelde wel per vereniging een zilveren medaille beschikbaar die de verenigingen onder hun eigen leden konden verschieten. De winnende schutter kreeg de titel ‘koning’, en de medaille. Deze bemoeienissen van de koning stimuleerden de verbreiding en modernisering van de sport. Er kwamen steeds meer handboogverenigingen bij, ook in het noorden van het land. Tevens ontstond er meer behoefte aan regionale en landelijke samenwerking en organisatie.

Gezelligheid of Wedstrijdsport?
Terwijl geleidelijkaan de barrières tussen de elite en de ‘gewone man’ minder werden, nam het spanningsveld tussen hen voor wie traditie en gezelligheid voorop stonden, en hen die een strakker gereglementeerde wedstrijdsport wilden, wel toe. De laatste groep wilde moderniseren en tegen andere verenigingen schieten, ook internationaal. Daarvoor was organisatie en samenwerking nodig, gestandaardiseerde regels en materiaal.

Organisatie
In 1931 wordt de FITA (Internationale Handboog Federatie) in Polen door zeven landen opgericht, onder andere met de bedoeling de handboogsport weer tot de Olympische Spelen toegelaten te krijgen. Dat zou alleen kunnen als er een universele vorm van schieten kwam. Nederland was daar nog niet bij betrokken. Wel was in1922 in Eindhoven de eerste nationale handboogbond, de Algemene Nederlandsche Bond van Handboogschutterijen (ANBvH) opgericht, onder andere als gevolg van het succes op de Olympische Spelen van1920 in België. Men wilde vooral meer eenheid brengen in de sport, mede met het oog op het hoog houden van de Nederlandse eer op toekomstige Olympische Spelen. Daarom ook werd er een competitie opgezet, zoals die bij het voetballen bestond. De wildgroei aan concoursen, die door de verenigingen zelf werden georganiseerd met eigen regels en naar eigen goeddunken, moest worden ingedamd. In deze hoogtijdagen van de verzuiling kon het niet anders of er moest een rooms-katholieke tegenhanger van de algemene bond van handboogschutterijen komen, Sint Sebastiaan. Ondanks verschillende pogingen beide bonden te laten fuseren, lukte dat niet. Nog in 1940, als de samenwerking weer eens ter sprake komt, wijst St. Sebastiaan die af omdat er een socialist in het bestuur van de ANBvH zou zijn gekomen.

Oorlog
Maar dan komt er oorlog. De Duitsers dwingen alle bonden tot een fusie, onder de naam Nederlandse Bond van Handboogschutterijen (NBvH). Het schieten kon doorgaan. Alleen de traditionele interland tegen België niet. Dat gebeurde pas weer in 1947. Ook na de oorlog bleek het moeilijk eenheid in de regels te krijgen. Nog in 1956 was er bij de interland België – Nederland zoveel onenigheid over het doel waarop geschoten diende te worden dat besloten werd dat in Nederland de deelnemers op het oude, Nederlandse, blazoen schoten, en in België op de nieuwe blazoenen, met tien cirkels.

Olympische Spelen
Direct na de oorlog krijgt de NBvH een nieuw bestuur. Een aantal verenigingen in Brabant, die een (hun) eigen identiteit ook bij de sportbeoefening belangrijk vinden, richten de overkoepelende rooms-katholieke vereniging Sint Sebastiaan weer op. Maar als Sint Sebastiaan in 1963 ter ziele gaat melden deze verenigingen zich toch weer bij de NBvH. Eind 1959 ontstaat er een conflict tussen de NBvH en een aantal Limburgse verenigingen, over een schutter die tevens lid was van een andere bond, die van de lange afstandsschutters. De zaak escaleert en de Limburgse verenigingen stappen uit de NBvH en blazen het oude ‘Gezellig Samenzijn’ weer nieuw leven in. Tegen het einde van de 1960’er jaren stappen een aantal verenigingen uit ‘Gezellig Samenzijn’ om zich weer bij de NBvH aan te sluiten. Ook hier is het vooral het spanningsveld tussen traditie en gezelligheid enerzijds en wedstrijdsport anderzijds, die aan deze stap ten grondslag ligt. In 1973 wordt de naam van de NBvH gewijzigd in NederlandseHandboogbond (NHB). Deze landelijke bond gaat zich voornamelijk op de internationale disciplines van de sport richten. Zij sluit zich aan bij het Nederlands Olympisch Comité (NOC*NSF). Toch blijven de oude vormen van schieten nog lang bestaan. Langzamerhand, als de welvaart in Nederland toeneemt, verschuift het handboogschieten van achter het café, waar op twee banen tegelijk geschoten werd, heen en terug, met één pijl, op25 meter, naar een clubgebouw, waar nog slechts, om veiligheidsredenen, één kant op wordt geschoten. In 1972 wordt de handboogsport weer tot de Olympische Spelen toegelaten. Internationaal is de sport inmiddels veel professioneler geworden. Er is eenduidigheid gekomen in de regels, en er wordt op de Spelen alleen met de recurveboog geschoten. Nederland wist zich niet te kwalificeren. Maar de Olympische Spelen geven de moderniseerders wel een stimulans: al duurt het nog lang voordat de internationale norm voor schieten met drie of zes pijlen, buiten op 30, 50, 70 en90 meter, en binnen op18 meter, algemeen ingang vindt.

Optochten en Koningschieten
Ook bij de NHB aangesloten verenigingen, echter, blijven tradities een belangrijke rol spelen. Elke vereniging kent wel het feestschieten, waarbij de prijs die men kan winnen tevens de naam van het evenement is. Bij palingschieten kan je dus een kilo paling winnen, bij koekschieten een koek. Ook heeft iedere vereniging eens per jaar het Koningschieten, een ‘25 meter één pijl’ wedstrijd, waarbij de winnaar de eretitel ‘Koning’ krijgt. Na drie keer achtereen Koning geworden te zijn kan je ‘Keizer’ worden, mits je in een duel van de heersende Keizer, als er op dat moment een is, wint. Bij sommige verenigingen, zoals Concordia in Amsterdam, mogen schutters die 90% van de score van de Koning halen, zich ‘Ridder’ noemen. Veel verenigingen hebben nog een blazoen dat vaak doet denken aan de tijd van de gildes. En bij speciale concoursen worden er nog optochten gehouden, met fanfare, vaandels en een standaarddrager met het blazoen voorop.

Hi-tech
Oorzaak van veel conflicten bij alle vormen van de handboogsport was (en is) de technologische ontwikkeling van de boog, vooral de introductie van de hi-tech compoundboog. Gemaakt van moderne kunststofmaterialen heeft deze boog aan beide uiteinden een katrolinrichting waardoor er bij uitgetrokken pees minder kracht vereist is en men langer en rustiger kan mikken. De compoundboog is veel sneller en nauwkeuriger dan andere handbogen. De klacht die dan ook snel gehoord wordt, is die van wedstrijdvervalsing. Het schieten met de hi-tech boog is zoveel makkelijker dat er, volgens velen, geen lol meer aan is. Het zou vooral ook een aantasting van tradities zijn. Begrijpelijk dat het doelschieten met de compoundboog een aparte discipline is. Er zijn echter nogal wat vormen van handboogsport waar meerdere soorten bogen gebruikt kunnen worden.

De Terugkeer van Robin Hood
Modernisering leidt vaak tot een herwaardering van het verleden. Dat is ook te zien bij de belangstelling voor het ‘hout op hout’ waarbij men met houten bogen en pijlen schiet en deelnemers zich vaak ook in ouderwetse tenues heffen. Het doel waarop men schiet, een schijf met cirkels waar bij de middelste cirkel de meeste punten oplevert, heet in de handboogsport een ‘blazoen’.

De Olympische Discipline
Op de Olympische Spelen wordt buiten op70 meter op een blazoen geschoten. Alleen de recurveboog is toegestaan. Dit is een boog met uiteinden die terug naar voren buigen waardoor er meer spankracht ontstaat. Vroeger werd dit type boog al veel gebruikt, onder andere door de Mongolen. Bij de Olympische Spelen zijn vizier en stabilisator op de boog toegestaan. Voorlopig hoogtepunt voor Nederland is de bronzen medaille van Wietse van Altenop de Olympische Spelen van Sydney. Nederlandse compoundschutters hebben het beter gedaan, met verscheidene Europese Kampioenschappen en wereldbekeroverwinningen, en zelfs een wereldrecord. Het schieten op een blazoen is voor alle soorten bogen de meest beoefende vorm van handboogsport.

Colofon: samenstelling, onderzoek, tekst en beeld – Roel Burgler ©, in opdracht van de Stichting NIATO en de NHB. 

Nederlandse Handboog Bond

Deel Deze Pagina »